Ouder worden in den vreemde

De gemeenteraadsverkiezingen zijn weer achter de rug. In de aanloopfase naar de verkiezingen kwamen diverse politici naar onze wijk. Op 14 maart vond er een politiek debat plaats in de Havezate, georganiseerd door Driezorg, STOZ (St. Turkse Ouderen Zwolle), Chinese vereniging Het Zonnetje, Zwocan (Zwols Overleg Caraibische Nederlanders) en Stichting Kembang Baru (Indisch en Molukse ouderen Zwolle). Het onderwerp dat op de agenda stond luidde: ‘Van integratie naar participatie.’ Het debat werd voorgezeten door de heer Jitro Ubro, voormalig voorzitter van de Zwolse Integratieraad. Het debat was ook te volgen via een livestream op Twitter (twitter.com, #zwolleinkleur).

Samen met de heer Ubro blik ik terug op deze avond, die weliswaar al weer een tijdje geleden heeft plaatsgevonden, maar qua onderwerp voor onze wijk uitermate relevant is. Er wonen vele ‘nieuwe Nederlanders’ en Nederlanders oorspronkelijk afkomstig uit onze overzeese gebiedsdelen en Indonesië in onze wijk. Zoals alle ouderen hebben ook deze groepen specifieke behoeften rondom het doormaken van de laatste leeftijdsfase. Volgens Jitro Ubro was de opkomst bij het politieke debat opvallend groot, volgens hem circa 100 man. Ubro: ”In het verleden hadden we meestal niet zo’ n grote opkomst.” Hij denkt dat die grote belangstelling samenhangt met de ontwikkelingen in de zorg, zoals die zich op dit moment voordoen en maken mensen zich zorgen over hun eigen oude dag.

Jitro Ubro: ”Holtenbroek is een zeer diverse wijk. Eenzaamheid van vooral ouderen, die oud worden in den vreemde is er een groot probleem. Mensen die ooit zijn geëmigreerd naar Nederland kunnen niet oud worden en sterven in hun geboorteland. Zullen de verzorgers in de naaste toekomst in staat zijn om goed te begrijpen wat die allochtone groepen willen? Interculturele communicatie is belangrijk, maar structureel beleid is beter. Je kunt je herinneringen aan vroeger niet met iedereen delen. Wel met je naasten en verdere familie, maar dat legt een groot beslag op je omgeving.”

Hoe zal de ontwikkeling van wijkteams op gemeentelijk niveau, zoals door dit kabinet voorbereid, bestaande uit professionals, verlopen? Zal er dan wel genoeg expertise voorhanden zijn om de behoeften van de ouder wordende medemens van niet-Nederlandse afkomst te kunnen signaleren?

Zoals de titel van de avond weergeeft zitten we in Nederland in een transitie van integratie naar participatie. Er wordt ook wel gesproken over de participatiemaatschappij die er aan zit te komen. Dit betekent dat we er van uitgaan dat iedereen in Nederland in de gelegenheid is om in de samenleving te kunnen participeren. Via het hebben van een baan, het doen van vrijwilligerswerk, maar ook via het in staat zijn je eigen zaken te regelen en problemen en wensen effectief te bespreken met (vertegenwoordigers van) het gemeentebestuur. Maar is iedereen daar eigenlijk wel klaar voor? Hoe is dat gesteld bij meer kwetsbare, allochtone Nederlanders die (nog) moeite hebben met onze Nederlandse taal en cultuur? En in het bijzonder de ouderen? Vraagt dit niet om meer inzet van vakkrachten, in plaats van minder zoals door de rijksoverheid beoogd in het kader van de bezuinigingen?

Ubro: ”De sociale wijkteams (een beter op elkaar afgestemde hulpverlening aan burgers die het alleen niet redden)zijn bedoeld om zorg op maat te kunnen geven, maar ook een deel te bezuinigen op de zorg, ook op de ouderenzorg. Deze teams zullen bestaan uit professionals. Er vindt dan eigenlijk een mate van de-professionalisering plaats. Dat hoeft niet erg te zijn, zolang de juiste professionals voorhanden zijn. Maar dat is dus de vraag: hoe stel je een sociaal wijkteam samen in een wijk als Holtenbroek? Onderdelen van de stad als Wythmen, Berkum en Westenholte zijn gebieden met een homogeen en bijna dorps karakter. Mensen kennen elkaar en er is sociale cohesie. In Holtenbroek wonen vele leden van allochtonegroepen van allerlei afkomst. Deze mensen willen in de wijk blijven wonen als ze ouder worden.”

In 2009 is er een belangrijke adviesnota verschenen van de Zwolse Integratieraad. Deze behandelde vragen als: Is de integratie geslaagd? Samen maken we de stad; is dat zo? De uitkomst van het debat, dat in die tijd werd gevoerd door leden van de Integratieraad met de vertegenwoordigers van de Zwolse politiek luidde: Allochtone ouderen mogen oud worden zoals ze zelf willen.

Ubro vraagt zich af of de Zwolse gemeenteraadsleden en bestuurders de reikwijdte van deze uitspraak wel helemaal begrepen hebben. Ubro: ”In Deventer is een Turkse groep bij elkaar gaan wonen om samen de laatste levensfase door te kunnen brengen. Als je ouder wordt is er meer behoefte aan die gezamenlijkheid. Hoe zit het met initiatieven van dergelijke aard in Zwolle?”

Op de bijeenkomst werd ook een onderzoek gepresenteerd naar de zorgbehoeften van oudere leden van de Turkse gemeenschap in Zwolle. Ubro: ”Er is veel ingezet op mantelzorg door politiek en bestuur. Maar voor de allochtone gemeenschappen bestaat mantelzorg natuurlijk al veel langer dan de jaren zeventig, toen deze term in het beleid werd geïntroduceerd. We kunnen niet veronderstellen dat mantelzorgers voldoende zorg en steun kunnen opbrengen om hun ouderen goed (genoeg) te begeleiden. Er is meer nodig.” Er moet volgens Jitro Ubro meer worden geïnvesteerd in de stimulering van multiculturele netwerken. In die netwerken zal dan ook voldoende professionele kennis aanwezig moeten zijn omtrent de specifieke culturele behoeften van mensen die oud worden in den vreemde.

Bij het debat zijn vertegenwoordigers van 11 Zwolse politieke partijen aanwezig geweest. Drie van deze partijen hebben niet voldoende stemmen behaald voor een raadszetel. Ubro kijkt met voldoening terug op dit debat, waarin de politici achter de tafel werden uitgedaagd om rechtstreeks met het publiek te discussiëren. Dit in plaats van het al te gebruikelijke stramien, waarbij politici vooral onderling met elkaar lopen te kissebissen. De vertegenwoordigers van de politieke partijen hebben toegezegd om extra aandacht te schenken aan de participatiegraad van verschillende allochtone groepen. Laten we hopen dat de leden van de nieuwe gemeenteraad het op die avond gestelde probleem goed op hun netvlies hebben. Want het gaat nu niet meer om integratie maar om participatie. Zoals we in het verleden meenden het integratieproces van allochtonen in Nederland te moeten ondersteunen met beleid (en financiering van dat beleid), denken we nu kennelijk dat participatie door allochtone mensen zelf kan worden aangeleerd, zonder al te veel (betaalde) ondersteuning.

door Fenny Gerrits

Deel dit bericht

Post Author: Fenny Gerrits