Aanschuiven bij Ron Jans

Dries-Jans-supporterDeze maand waren we voor onze rubriek ‘de Boomerang’ te gast bij Dries Jans. Hij is de vader van Ron Jans, de trainer van PEC Zwolle; de voetbalclub die onlangs de bekerfinale tegen Ajax heeft gewonnen.

Dries Jans is 86 jaar geleden geboren in Den Haag, waar hij tot zijn 17e jaar gewoond heeft. “Mijn vader was huisschilder en zat ´s winters zonder werk. Dan ging hij er met de bakfiets op uit als er nog andere verfklussen waren. Ik had 5 zussen en was een nakomertje. Ik was twaalf toen de oorlog uitbrak en die periode heeft mij een deel van mijn onbezorgde jeugd afgenomen. Dit was een heftige tijd.”

“Als kind begon ik al met voetballen. In de buurt tussen de huizen in vonden wij als kinderen altijd wel een plek waar we konden spelen. We speelden in die tijd met een papieren bal, een plakwerk van oude kranten en een oude binnenband van een fiets. Daar gingen wij dan mee voetballen. Geld voor een leren bal hadden we niet. Later kregen we die wel, maar dat was nog een exemplaar dat samengebonden was met een schoenveter, waardoor koppen gewoon zeer deed. Er zijn ook wel ruiten gesneuveld door een verdwaalde bal. We hebben toen wel lol gehad en de mensen in de buurt hingen uit hun ramen om naar ons te kijken.”

“Wij woonden in den Haag en daar was in de loop van de oorlog steeds minder eten te krijgen. We hebben daar toen echt honger geleden in die tijd. Wij konden steeds minder samen spelen, omdat sommige kinderen te veel verzwakt raakten. Dit heeft toen wel indruk op mij gemaakt. Vorig jaar ben ik samen met mijn zoon naar den Haag terug geweest en zijn we naar alle plekjes gegaan, waar ik vroeger leefde en speelde.”

“Ik herinner me nog goed dat er op een gegeven moment Zweedse bommenwerpers overvlogen, die grote ladingen wit brood lieten vallen voor ons. We waren uitgehongerd, dus je kunt je wel voorstellen hoe iedereen op deze dropping afvloog. Mensen vochten letterlijk om een stuk brood te bemachtigen.” Kort na de oorlog is Dries naar Zwolle gekomen, waar zijn oudste zus toen al woonde. Hij was toen 17 jaar oud. Dries heeft een opleiding tot automonteur gedaan, waar hij ook een baan in gehad heeft. Kort daarna stapte hij over naar het bedrijf van zijn zwager, die chef-monteur in de schrijfmachines was.

“In die tijd was voetbal alles voor mij,” vertelde Dries. “Ik zat toen al snel bij PEC-Zwolle en we trainden twee keer in de week. Een paar lampjes op de tribune was toen al genoeg om bij te kunnen spelen en als het tegenzat speelden wij op omgeploegde modderige veldjes. Als wij vroeger in de regen moesten spelen, werden we kletsnat en onze shirts werden daardoor ook steeds zwaarder. Gelukkig zijn de spelattributen, zoals de kleding en de schoenen er sinds die tijd goed op vooruit gegaan, zodat de spelers van nu onder alle omstandigheden optimaal kunnen presteren.”Dries-Jans

Twee jaar na de bevrijding, moest Dries naar het toenmalige Nederlands-Indië, om daar in het leger te dienen. “Toen wij als militairen na drie jaar terug kwamen, zouden wij geholpen worden om hier ons leven weer op te kunnen pakken. Maar die hulp viel tegen, het land was in wederopbouw en alles ging heel moeizaam in die tijd.”

In 1954 is Dries getrouwd en kort daarna kwam ook het betaalde voetbal op zijn pad. “Voordat ik naar Nederlands-Indië ging had ik het al geschopt tot de eerste divisie bij PEC-Zwolle. Nadat we begin jaren ’50 kampioen waren geworden, kon ik bij het betaald voetbal aan de slag als linksbuiten. Ik werd in die tijd Dolle Dries genoemd, omdat ik een hele felle speelstijl had. Mijn zoon Ron is later ook linksbuiten gaan spelen.”

“Ik ben ook nog trainer geweest, waarbij ik met de jongens mee voetbalde, om hen al spelende de regels van het spel bij te brengen. Mijn zoon staat nu als trainer langs de kant. Ook bracht het trainingswerk een stuk minder op dan nu. Ik mag niet mopperen hoor, maar het is wel zo. De jongens van nu hebben ook meer opleiding gehad dan ik en zij spreken hun talen. Ik heb in het totaal toch wel 25 jaar gevoetbald,” vertelde Dries. Uiteindelijk ben ik gestopt met voetballen toen ik 34 was.”

“Tegenwoordig leren de kinderen vaak meerdere sporten,” vertelde Dries. “Toen mijn zoon op school zat, moest hij met alles meedoen; handbal, honkbal, noem maar op. En op den duur werd hij ook in deze sporten erg goed. Toen ik zelf in Nederlands-Indië in het leger zat, speelden mijn maten en ik regelmatig met elkaar tussen de verplichtingen door en was ik een heel goed tafeltennisser. Ik ben daar toen zelfs nog kampioen geworden. Mijn zoon kon als kleine jongen ook al heel goed tafeltennissen en heeft mij zelfs een keer helemaal van tafel geveegd. Alles, backhand, forehand, hij wist me volledig te overtreffen in het spel.”

Dries heeft twee zoons, maar vooral zijn oudste zoon houdt van voetbal. Hij heeft ook drie kleinzonen en die houden ook van deze sport. “Twee jaar geleden heb ik voor het laatst met mijn kleinzoon nog wel staan koppen, maar nu speel ik helaas helemaal niet meer. Het is jammer dat mijn vrouw de prestaties van mijn zoon niet meer mee krijgt,” vertelde Dries. “Zij ging vroeger altijd mee als wij moesten spelen en dat was een hele mooie tijd.”

“Nu ben Ik 86 jaar en eigenlijk wil ik veel meer dan ik werkelijk kan. Gelukkig heb ik mijn scootmobiel nog en dat is een uitkomst als je niet meer zo goed uit de voeten kunt. Als het mooi weer is, gaan we nog weleens met een groepje ouderen uit dit huis op pad en daar geniet ik enorm van. De scootmobiel heeft mij m´n mobiliteit weer terug gegeven.”

Nu Dries niet meer kan voetballen, betekent dat niet dat hij de sport achter zich heeft gelaten. Hij volgt alle activiteiten op tv en ook via de computer houdt hij de laatste standen bij. Verder dart hij nog, zolang hij het nog kan zien en mag hij graag een potje klaverjassen. En zo zal Dries zolang het nog gaat, betrokken zijn bij alles wat er om hem heen gebeurt.

Deel dit bericht

Post Author: Fenny Gerrits